Sta stil bij
 

adelaar/baan_clubkamp08/FB02.jpg

adelaar/baan_clubkamp08/FB6638.JPG

adelaar/baan_clubkamp08/FB6678.JPG

adelaar/clinics/hanzerenners26_01_09/TV3227746297_dde610c1b8.jpg

adelaar/baan_clubkamp08/FB6677.JPG

adelaar/nk_baan/MS WM0915 NKbaan08.jpg  
adelaar/Knop-sur-place.jpg
 
Vrienden van de Adelaar:
  adelaar/sponsors/Buitenhuis-logo.jpg

adelaar/sponsors/GAZELLE-ligg-logo.jpg

adelaar/sponsors/Merckx-logo.jpg

adelaar/sponsors/BUFFALO-SKELTERS-logo.jpg

adelaar/sponsors/Baltus-logo.jpg

adelaar/sponsors/Autohuis-Eickhof-logo.jpg  

adelaar/Adelaar-logo-(032+geel).gif

adelaar/vrienden/wielervereniging-ede-logo.jpg

adelaar/vrienden/wielervereniging-ijsselstreek-logo.gif

adelaar/vrienden/hanzerenners-logo.gif

adelaar/vrienden/DE-ZWALUWEN-Deventer.jpg

De Zwaluwen Almelo

Wielervereniging Noord Veluwe

   

adelaar/vrienden/wielervereniging-nwh-logo.gif

                 
 
                 

WIELERBAANSPORT (Geschiedenis)

 

Gerrit Bonestroo Fotografie

               

Historie

Apeldoornse Wielerbanen

Oud-Renners

 
                 
Algemeen

De geschiedenis van de baansport


Het begin

ongeveer 1890

Het is niet eenvoudig om een begin te maken. De baansport is één van de oudste vormen van de wielersport. Immers de wegen waren niet geweldig, veel landen verboden wegraces en echte baanpistes waren in eerste instantie niet meteen voorhanden.
Bovendien is er zoveel gebeurd, dat het ondoenlijk is alles te beschrijven. Het zal dus een, altijd onvolledig, overzicht worden van de baansport.
1905 is een cruciaal jaar voor het baanwielrennen. De Nederlandse regering verbood de wegwedstrijden en dat werd het moment om wielerbanen te bouwen.
Daarvoor was in 1900 al de Union des Cyclisme International opgericht en de eerste wereldkampioenschappen onder leiding van de UCI gehouden.

 
adelaar/historie_baan/Huret.jpg
               
Op deze afbeelding zou Huret zijn afgebeeld,
reclame-makend voor de Simpson Ketting.
Let op de blokketting!

De Fransman Constant Huret werd eerste stayerskampioen en Edmond Jacqelin de eerste sprintkampioen. Saillant detail is dat beiden van beroep bakker waren.
Huret was beroepsrenner van 1894 tot 1902 en stierf in 1951.

Edmond Jaquelin als stayer. De tweede man op de motor als passagier, maar vooral als degene die de renner uit de wind houdt.

 
                 

De gangmaking bestond uit menselijke gangmaking en een petroleummotortje.
Superfoto!!

 
adelaar/historie_baan/Edmond-Jacquelin-stayer.jpg
               
Edmond Jaquelin als stayer.

Dat wil echter niet zeggen dat er niet eerder Wereldkampioenschappen werden georganiseerd.
Nog zonder de UCI werd in 1899 in Montreal in Cananda het eerste stayerskampioenschap gehouden. Er werd gebruik gemaakt van een petroleumtandem, zie hier rechtsboven. De accutandem verdween.

   
                 

De allereerste wereldkampioen werd de Engelsman Richard Palmer.
daar zit echter wel een verhaal achter. Natuurlijk, zult u denken.
Het wereldkampioenschap zou worden verreden in Wenen. Er hadden totaal 11 renners ingeschreven, maar er waren grote problemen met de gangmaking. Er mocht niet achter petroleumtandems worden gereden, waardoor een deel niet mocht starten en een deel van de renners wegbleef. De Engelsman Chase wilde wel starten, maar kon geen overeenstemming bereiken met de de Duitse gangmakers over geld en besloot ook niet te starten.
Gevolg:
Richard Palmer ging alleen over de baan met zijn gangmaker.
Na 100 km te hebben afgelegd mocht hij zich wereldkampioen noemen, na 2 uur 10 min. en 19 seconden. Gemiddeld dus ruim 46 km en 41 meter.
Hij is daarmede de enige stayer die ooit W.K. werd met een zgn. Walk-over:
De tegenstander komt niet opdagen en men gaat door naar de volgende ronde of, zoals bij Palmer, wordt Wereldkampioen!

   
                 

Het was in die tijd niet ongebruikelijk dat allerlei vormen van gangmaking door elkaar heen werden gebruikt: elektrische tandems, eenzitters, triplets, maar ook met 5 man werd er gegangmaakt.
Bij sommige motoren zat de gangmaker zover naar achteren dat hij met zijn hoofd de de rug van de man op de motor kon raken en zijn voorwiel de tandem net niet raakte.

   
                 

Nog zo'n kanjer uit die tijd:

Jimmy Michaël, geboren in Aberaman, Wales.

Op de foto is hij samen met zijn "manager" Choppy Warburton.
Dat was een wat excentrieke vent, maar wist Jimmy wel op zestienjarige leeftijd, na een wedstrijd bij de amateurs gewonnen te hebben, bij de profs onder te brengen.
De eerste wedstrijd werd Jimmy warm onthaald door jury en publiek. De jury was van mening dat er geen kinderen mee mochten doen. Jimmy Michaël was 1.50 m klein en woog slechts 44 kg! Het publiek lachte om de kabouter die echter door een grote mond terug te geven toch mocht starten en..... ja, hoor hij won!
Het publiek viel van de banken en juichte hem hartstochtelijk toe. Een held was geboren!

 
adelaar/historie_baan/Jimmy-Michael.jpg


Het geld begon binnen te stromen en Jimmy besloot zijn geluk in Amerika te beproeven. Van zijn geld kocht hij racepaarden en werd zelf jockey.
Maar het zat hem niet mee, ondanks alle dure paarden, verloor Jimmy al zijn geld. Hij keerde terug naar Europa om opnieuw te moeten beginnen met wielrennen.
Toen sloeg het noodlot toe: in 1903 viel hij keihard op de baan in Berlijn en liep ernstig hoofdletsel op. Daarna startte hij weer te vroeg met fietsen en zijn vonnis was getekend: de resultaten leken voorgoed verdwenen.
Opnieuw besloot hij naar Amerika te gaan.
Weer sloeg het noodlot toe en nu definitief: Jimmy drinkt zich een delirium op de boot naar New York en sterft op 27-jarige leeftijd op 21 november 1904.
De kapitein wilde geen lijken aan boord en besloot zijn lichaam overboord te zetten. Dat wist een vriend aan boord ter nauwernood te voorkomen.
Zo werd deze kleine, maar grote kampioen, toch nog in New York begraven.

 


Tom Linton, Arthur Linton en Jimmy Michaël kwamen alle drie uit hetzelfde dorp in Wales: Aberaman.



Choppy Warburton was aanvankelijk dus hun manager en reisde met de drie alle banen af, waar men reikhalzend naar de drie Walesmen uitkeek. Op de beroemde Buffalobaan werd Huret, zie hierboven, geklopt tijdens de beruchte 6-uren van Buffalo.
Ook reed hij tegen beroemdheden als Maurice Garin, de eerste winnaar van de Tour de France. Het ging er heel anders aan toe dan wij ons kunnen voorstellen. Soms werden er wedstrijden van 1.000 km op de baan gereden, waar meer dan 25.000 mensen naar kwamen kijken!

 
               
Jimmy Michaël.
                 

Toen Arthur Linton besloot Bordeaux-Parijs te gaan rijden, tekende hij zijn doodvonnis. Onderweg werd hij ziek, maar weigerde op te geven. Nadat hij was onderzocht door de dokter, begon hij op nieuw aan de wedstrijd en haalde "gewoon" iedereen in. Tot 1,5 km voor het eind ging het goed. Toen reed de doodvermoeide en zieke Arthur Linton verkeerd.
Toch kwam hij, tot verrassing van iedereen, als eerste de wielerbaan op en won.
De Fransman Rivière die als tweede eindigde, protesteerde:Linton heeft de route niet afgelegd!
De jury gaf hem gelijk. Beide renners werden tot winnaar uitgeroepen. Arthur Linton werd echter de grootste verliezer. Door de inspanningen die hij had geleverd om iedereen in te halen, begon hij bloed te spugen.
Drie maanden later overleed hij op 24-jarige leeftijd. Volgens de geruchten zou hij het eerste dopinggeval zijn, dat fataal is afgelopen. Daarbij past enige relativering bij: doping werd in deze tijd door veel sporters, vooral in de atletiek, gebruikt. Denk aan de (beroemde-beruchte?) aankomst van de marathon van de atleet Pietro Dorando tijdens de Olympische Spelen in Londen 1908. Hij kreeg zelfs een gouden beker van de Britse vorstin, ondanks het feit dat hij niet won en onder de strychnine zat.

 
adelaar/historie_baan/Pietro-Dorando.jpg
               
De atleet Pietro Dorando.
                 
               
adelaar/Gedragscode.jpg
                 

De arbiter demi-fond.

Bij de wedstrijden achter de derny's en grote motoren wordt een arbiter demi-fond benoemd.
Waar komt de term demi-fond nu eigenlijk vandaan?
Daarvoor moeten we in deze tijd zijn. Zo omstreeks 1900.
Henri Desgrange, de grondlegger van de Tour de France, en niet toevallig, organiseerde met zijn krant deze tot een geweldig wielerfeest uigegroeide wedstrijd.
De bedoeling was dat men daarom zijn krant: L'Auto meer zou kopen dan de kranten van de concurrentie. De meeste Fransen kochten de krant los en waren geen abonnee. Nu waren de bedachte wedstrijden allemaal wel wat anders dan nu. De afstanden waren behoorlijk, wat heet, zeer behoorlijk. Etappes van 300 km, wedstrijden van meer dan 1200 km, het kon allemaal. Dat waren dus "fond" wedstrijden: wedstrijden van de lange afstand.
Op de wielerbanen werden echter veel kortere wedstrijden gereden. Reden om die dan
demi-fond te noemen (de helft van een fond).
De renners waren blijvertjes: to stay = blijven in het Engels.
Die renners was je dus niet gauw kwijt: de stayers.

 
adelaar/Brettschnieder.jpg
                 

Piet Moeskops


Pieter Daniel (Piet) Moeskops (Loosduinen, 13 november 1893 - Den Haag, 16 november 1964) was een Nederlands wielrenner, die in de jaren twintig van de twintigste eeuw vijfmaal wereldkampioen sprint werd.


Als jongen bracht hij op de fiets bestellingen rond voor de zaak van zijn vader. Al in 1914 werd hij voor het eerst Nederlands kampioen op de sprint. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog betekende dat er geen internationale wedstrijden gereden werden. Pas na de oorlog werd Moeskops professional.

In 1921 won hij zijn eerste wereldtitel, door regerend wereldkampioen Robert Spears uit Australië te verslaan. Hij werd de drie volgende jaren opnieuw wereldkampioen, en ook in 1926. Alleen in 1925 werd hij, nota bene in Amsterdam, in de halve finale uitgeschakeld. In 1929 en 1930 haalde hij nog de finale, maar werd beide keren verslagen door de Fransman Michard. Hij werd acht keer Nederlands kampioen bij de profs, de laatste maal in 1932.


Piet Moeskops was, in een tijd dat de topsport net de kinderschoenen was ontgroeid, een groot tacticus. Hij bestudeerde zijn tegenstanders zo nauwgezet, dat hij regelmatig de plek kon voorspellen waar iemand hem zou aanvallen en waar hij hem voorbij zou rijden. Over hem schreef de sportjournalist Joris van den Bergh het boek Te midden der kampioenen (1942). Voor een baanwielrenner was hij fors van gestalte, zodat hij (zo'n tachtig jaar vóór Pierre van Hooijdonk) de bijnaam "Big Pete" kreeg.
Alhoewel Moeskops erg populair was, ontstonden er rond hem enkele controversen. Na een gewonnen WK kreeg hij eens uit het publiek een Nederlandse vlag aangereikt. Deze hing hij enkele ogenblikken over het stuur om de greep op de fiets niet te verliezen. De kranten schreven daags daarna kolommen vol, omdat hij de driekleur niet met respect zou hebben behandeld. Ook klaagden zij soms over de huldigingen die hij kreeg, die zij maar overdreven vonden.

In 1930 onderging Piet Moeskops een zware operatie, die het einde van zijn wielerloopbaan versnelde. Zijn laatste grote overwinning was in de Grote Prijs van Alis (Frankrijk) in 1933. Daarna werd hij eigenaar van een café. Zijn successen maakten het baanrennen in Nederland zeer geliefd en hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de komst van nieuwe grote sprinters, zoals Arie van Vliet en Jan Derksen.
Piet Moeskops was in 1963 nog op televisie te bewonderen, toen hij in het praatprogramma "Voor de vuist weg" van Willem Duys in de studio een sur place uitvoerde. Een jaar later overleed hij op 71-jarige leeftijd.

 
adelaar/historie_baan/Piet-Moeskops-4.jpg
               
Piet Moeskops.